top of page
Zoeken
  • Evelien

Het verhaal van Rein

Rein heeft altijd een goede baan gehad, totdat zijn gezondheid hard achteruitging. Door het UWV werden zijn klachten niet serieus genoeg genomen voor afkeuring, dus zat hij 10 jaar thuis. Op het moment dat zijn ex-vriendin hem uit huis zette was zijn spaargeld op. In de zomer van 2023 had hij opeens geen geld én geen huis meer. “Ik wil gewoon vertellen hoe het is om op straat te staan & waar je tegenaan loopt. De bureaucratie. Dat je het ene jaar 50k verdient en het volgende jaar aangekeken wordt alsof je een derderangsburger bent. Ik heb nooit wat voor mezelf gekocht, heb mijn ex-vriendin altijd financieel gesteund waar ik kon. Maar niemand ziet dat. Een hulpverlener kijkt alleen maar naar de situatie zoals die nu is, en heeft daar een oordeel over. ‘Had je in het verleden niet beter met je geld om kunnen gaan?’”



Achtergrond

Rein is geboren in Amsterdam en heeft altijd in Noord gewoond. “Ik ben op de Edammerstraat geboren en gaan samenwonen op de Wijdenesstraat. Daar ben ik 40 jaar gebleven.” Hij heeft een opleiding gedaan tot chemisch analist, maar stopte tegen het einde van de opleiding omdat zijn stage niet vergoed werd: “Ik wilde gewoon geld verdienen. Dus ben ik maar gaan werken. Ik heb mezelf gespecialiseerd in IT en specifiek kantoorautomatisering. Daarin ben ik altijd in loondienst geweest en heb mij bijna letterlijk doodgewerkt.”

 

Ziek, maar niet ziek genoeg

10 jaar geleden veranderde de situatie. Hij kreeg hij veel last van extreme huidontstekingen door eczeem. De huidziekte was zo ernstig dat hij niet normaal kon werken, en belandde in de ziektewet. Toen hij net weer begon met werken, werd hij getroffen door een hartinfarct. “Ik was daarna niet meer dezelfde, mijn hartfunctie was enorm gedaald en ik had veel minder energie. Ik heb concentratieproblemen, en val zo halverwege de dag in slaap. Maar de bedrijfsarts zei: je moet het maar zien als een blauwe plek. Ik heb 2 stents gekregen, maar werd daarna gewoon weer naar werk gestuurd.” Daar zat zijn werkgever alleen niet meer op te wachten. Op zijn werk werd hij genegeerd en niet serieus genomen. De keuze was aan hem: of hij mocht in het magazijn gaan werken, of hij mocht er vandoor. Hij koos voor het laatste.

Rein wilde zich laten afkeuren, maar het UWV vond de combinatie van extreem eczeem en (inmiddels) 5 hartinfarcten en een hartstilstand niet ernstig genoeg. “Vervolgens kreeg ik er ook nog suiker bij. Ik had een waarde van 29, normaal heb je een waarde van 4 – ik was bijna dood. Die combinatie was kennelijk niet genoeg, ook niet om je maar een beetje te laten afkeuren. Maar ik ben gewoon niet goed genoeg fysiek om weer normaal te gaan werken. Inmiddels heb ik er ook nog artritis bij gekregen en heb 3 longpuncties gehad waarbij ik ook nog een klaplong heb opgelopen.” Hij wilde een uitkering aanvragen, maar bleek te veel spaargeld te hebben om daar aanspraak op te maken, en ook zijn vriendin had een te hoog inkomen. Daarom heeft hij 10 jaar zuinig van zijn spaargeld geleefd. “Mensen denken nu dat ik die tijd voor m'n lol thuis zat. Ik was in die tijd eigenlijk ziek, maar niemand zag dat ik ziek was. Dit was ook op mijn werk het geval, daar dachten ze dat ik een mooie kleur had van de vakantie terwijl ik dagelijks aan de Prednison zat waardoor je een beetje volgegeten erbij zit.”

Op een bepaald moment was het geld op. “Ik was te laat voor een herkeuring door het UWV – en wilde dat ook eigenlijk niet door de manier waarop ze met mij omgingen de vorige keer.” Nog steeds verdiende zijn vriendin te veel om een uitkering aan te vragen. “En toen werd ik uit huis gegooid. We hadden een conflict over het zien van andere mensen, en ze zette me uit huis. Ik stond niet (meer) op het huurcontract, dus ik kon er niks tegen doen.” Toen stond hij op straat. Dezelfde dag waren de sloten vervangen. Hij heeft een tent gekocht, een slaapzak en een matje. En toen is hij maar op een camping gaan staan. Vanaf dat moment kwam hij in de molen van bureaucratie bij dakloosheid.

 

Alsof je een derderangsburger bent

In die periode is hij heel erg geholpen door zijn goede vriendin Ellen, die hem de bureaucratie doorloodste. Eerst zijn ze meerdere keren naar een buurtteam gegaan, die weinig voor hem konden doen. “Het duurde 3x voordat ik überhaupt een casemanager had, en zelfs die kon niet veel voor me doen dat we niet zelf al hadden gedaan. We hebben zelf maar een afspraak bij de Jan van Galenstraat gemaakt. Daar kun je je registreren als zwerver en kun je een postbus en een uitkering krijgen.”

“Bij de Jan van Galenstraat word je bejegend alsof je een derderangsburger bent, alsof je crimineel bent. Als je alle poortjes door bent en vragen hebt beantwoord, krijg je eindelijk een bakje koffie – die je niet eens mag meenemen naar je daadwerkelijke gesprek, omdat ze bang zijn dat je het over de medewerkers heen gooit. We hadden alle documenten meegenomen die de casemanager had opgenoemd, maar eenmaal op de Jan van Galenstraat bleken er nog meer bij te moeten. Ter plekke werden we voor die documenten (die geprint moesten worden) naar de OBA op het Bos en Lommerplein gestuurd, terwijl ze daar zelf ook een printer hadden.” Ellen vult aan: “Terwijl we bij de bibliotheek waren, werden we nog gebeld: het gaat zeker niet lukken voor 4 uur, hè? Nou, we hebben alles op alles gezet en het is toen gelukt. Maar als dat niet zo was geweest, hadden we mooi weer 3 weken mogen wachten.”

Vanaf dat moment moet je nog 4 weken wachten op een uitkering. Die gaat pas in na de controle of je wel echt slaapt op de plaats die je hebt aangegeven, die ze na 2 weken uitvoeren. “Dan staan ze na 2 weken om 7 uur ´s ochtends voor je tent. En je krijgt geen geld voor die 2 weken vóór de controle. Ze gaan ervan uit dat je als dakloze geen kosten hebt. Maar het huren van een campingplek is net zo hoog als de huur van een huis. Ik betaalde 110 euro per week voor die camping, en dan zat ik al op de goedkoopste campings van Noord. De uitkering was ongeveer 700 euro per maand. Zorgtoeslag kreeg ik pas toen ik een woning had. Mocht het eerder kunnen dan hebben ze mij dat niet verteld. Ik moest nog een hoge zorgverzekering betalen vanwege al mijn ziektes én een telefoonabonnement, mijn enige connectie met de rest van de wereld die ik toen nog had. Ik ben ook een roker, en op dat moment was ik echt niet in staat om daarmee te stoppen. Ik had geen geld meer over voor eten.”

Ook had hij in die periode geen recht op de Pak je Kans-regelingen van de gemeente Amsterdam.   Het jaar ervoor was zijn spaargeld op, dus liet hij de ‘gouden handdruk’ van zijn werkgever laten uitbetalen. Dat wordt door de belastingdienst gezien als inkomen uit loon. Maar al dat geld is nu ook op. “Als ik had geweten dat het zo zou werken, had ik dat niet gedaan. Maar dat ik dakloos zou worden, had ik natuurlijk niet voorzien. Ik had graag een stadspas met groene stip willen hebben want dat geeft nl korting bij voedselbijeenkomsten en een lidmaatschap bij de bibliotheek, zodat je niet helemaal gaat afstompen. Het is dat ik mentaal ontzettend sterk ben, maar anders had ik nu in de stad gezeten en mij elke dag volgegoten met alcohol.

Om wel eten te krijgen, maakte Rein een afspraak bij de Voedselbank. Daar werd hem gevraagd: “heb je het wel écht nodig?” Van die bejegening werd hij zo boos dat hij is weggegaan. Ellen vult hem aan: “Maar zelfs als hij eten had gekregen, wat had hij ermee gemoeten? Je hebt geen fornuis, geen pannen en geen koelkast. Vers eten kan je niet bewaren, en houdbaar eten kun je niet opwarmen. Eigenlijk zou het goed zijn als je bij de Jan van Galenstraat een noodpakket krijgt met een pan en een gaspit.”

 

Weer een dak boven je hoofd

Het geluk in deze situatie is dat Rein al 20 jaar lang stond ingeschreven bij Woningnet, zonder dat hij dat zelf nog wist. Om die reden kreeg hij ook geen urgentie van de gemeente bij het zoeken van het huis, want het zou ongeveer even lang duren. “En dan kun je ook niet kiezen. Ik kreeg op een gegeven moment een huis in West – achter tralies – toegewezen. Dat ga ik echt niet doen. Als dat moet, dan hoeft het van mij niet. Dan maak ik er wel een einde aan. Dat heb ik ook bijna gedaan, en pas toen zagen ze in dat ik niet overdreef.” Uiteindelijk stond ik op plek 10 voor een huis van Ymere en werd ik uitgenodigd voor een bezichtiging. Ik dacht: plek 10, dat wordt toch niks.” Maar Ellen vult hem aan: “toen heb ik Ymere gebeld en zijn verhaal verteld. Ik zei: deze man heeft 5 hartinfarcten gehad, zijn hele huid ligt open en hij slaapt al maanden buiten. De winter komt eraan, alle campings gaan sluiten. Als hij deze woning niet krijgt, dan gaat hij dood.” “Toen heb ik hem wel gekregen.”

Toen had Rein een huis, maar verder niks. Niemand kwam in actie, terwijl er door de medewerkers op de Jan van Galenstraat een verhuiskostenvergoeding moest worden aangevraagd. Uiteindelijk lukte dat pas na 2 maanden, toen hij een maatschappelijk werker vanuit het buurtteam in de Vogelbuurt toegewezen had gekregen. Gelukkig is de overschakeling naar een bijstandsuitkering wel in één keer goed gegaan.

 

Terugkijkend

Nu is hij uit de moeilijke situatie. Het is veel beter geworden sinds hij een huis heeft. Hij heeft nog steeds geen vloer, maar wel spullen, warmte en veiligheid. “Het is heel uitzichtloos geweest. Je wordt door de hele stad gestuurd terwijl je geen geld voor openbaar vervoer hebt, je wordt geacht van alles te regelen terwijl je geen elektriciteit hebt en de OBA om 17:00 uur dicht gaat. Je moet je een keer per week melden op de Jan van Galen en dat was toch bij elkaar een km of 20 lopen. Dat met reuma en een hart wat niet in optima forma is. Aangezien ik op de camping in Uitdam zat kon ik ook elke dag 6 km heen en 6 km teruglopen, omdat ik mijn werkplek had in het huis van de wijk op het Waterlandplein. En je hebt emotioneel superveel stress. Men denkt: als je dakloos bent zit je de hele dag niks te doen. Maar dat is niet waar, eigenlijk ben je de hele dag keihard aan het werk.” Rein had het geluk dat er een aantal mensen was van wie hij regelmatig eten en drinken kreeg, en dat hij een vriendin had die hem hielp (die reed hem als het lukte de hele stad door, ging mee naar afspraken en heeft er mede voor gezorgd dat hij zijn huidige woning heeft gekregen. Maar wat als dat níét zo was geweest?

“Wat ik zo vervelend vond in deze situatie, is dat je overal opnieuw je verhaal moet vertellen, maar nergens iemand de regie neemt. Je wordt alleen maar doorverwezen en dan mag je hopen dat ze daar wel iets voor je kunnen doen. Ik heb wel 10 keer mijn verhaal verteld. En een hulpverlener kijkt alleen maar naar de situatie zoals die nu is, en heeft daar een oordeel over. “Had je in het verleden niet beter met je geld om kunnen gaan?””

“Je bent bij alle instanties afhankelijk van het humeur van de persoon die voor je staat. Als die je niet leuk vindt, dan kun je zomaar een maand langer wachten op je geld.” Ik wek snel irritatie op bij mensen die bij instanties werken, omdat ik mij heel goed inlees en ook alles altijd in bezit heb, omdat ik de documenten allemaal in de cloud heb opgeslagen. Ook ben ik mentaal zo sterk dat ik echt niet kan staan janken en zeggen dat ik ‘oh zo zielig’ ben. Ik accepteer de situatie en leef verder en kijk niet om. Als alle randverschijnselen er niet zouden zijn geweest dan was alles een stuk minder erg, maar nu kan ik zeggen dat ik zwerver ben geweest en het heb overleefd zonder in het echte zwerverscircuit te belanden. Dat laatste moet je ten alle tijden vermijden. Hoeveel honger je ook hebt: blijf uit de buurt van de soepbus.”

 

69 weergaven

Comments


bottom of page